top of page
glurenbijdeburen.jpg

Reacties

 

WES 4

Reactie op de blog van Goele: WES IV Crossroads van Walter van den Broeck

Dag Goele,

 

Jij bent duidelijk een fan van het werk van Walter Van den Broeck. En terecht: hij weet als geen ander het leven van alledag op een rauwe, herkenbare manier te beschrijven.

 

Als een verhaal zich bovendien afspeelt in het dorp waar je zelf woont, krijgt het lezen natuurlijk nog een extra dimensie. Dat had ik zelf bij Groenten uit Balen. Bepaalde personages en situaties waren voor mij zo herkenbaar dat het verhaal nog meer tot leven kwam.

 

Als iemand die graag eens de sfeer opsnuift in een bruine kroeg – waar kan je de ziel van een dorp beter voelen? – heb ik ook al eens een pint gedronken in de Crossroad. Nooit geweten dat die plek zo'n geschiedenis met zich meedraagt.

 

Je hebt me in ieder geval nieuwsgierig gemaakt naar het boek. Het lijkt me een verhaal dat ik zelf ook graag zou lezen. Misschien gaat het wel mee in de vakantiekoffer deze zomer.

 

Met volkse groet,

Griet

 

Reactie op de blog van Lore: Wanneer werkt groepswerk echt?

Dag Lore,

 

We delen duidelijk hetzelfde gevoel.

 

Op zich ben ik een voorstander van groepswerk. Het idee dat leerlingen van elkaar kunnen leren, spreekt me erg aan. Bovendien werk je naast de inhoudelijke opdracht ook aan hun sociale vaardigheden. Dat zie ik als een grote meerwaarde en als een belangrijke opdracht van het leraarschap.

 

Maar zoals je zelf aangeeft, hangt het succes van groepswerk af van een aantal voorwaarden.

 

In de eerste plaats moeten leerlingen kunnen samenwerken. Dat vraagt oefening; die vaardigheid ontwikkelen ze niet vanzelf. Daarnaast speelt motivatie een belangrijke rol en bestaat het risico dat sommige groepsleden meeliften op het werk van anderen.

Je kunt dat deels opvangen met peerevaluaties, zodat er meer zicht is op ieders bijdrage. Maar uiteindelijk wil je als leerkracht vooral dat leerlingen er iets aan hebben gehad en dat ze effectief iets hebben geleerd uit het groepswerk.

 

Ook binnen deze opleiding kregen we enkele groepsopdrachten. Ik geef eerlijk toe dat ik die nog steeds niet altijd gemakkelijk vind. Ze vragen behoorlijk wat planning. En ondanks alle digitale mogelijkheden blijft fysiek samenkomen vaak de meest efficiënte manier van werken. Zo'n moment organiseren kost echter tijd en energie, en net daar wringt het soms binnen een drukke planning.

 

Ook ik heb daar dus gemengde gevoelens bij. Dat neemt niet weg dat groepswerk bijzonder waardevol kan zijn.

 

Want je kunt nog zoveel kennis hebben: alleen kom je nergens. En dat leer je maar beter van jongs af aan.

 

Groetjes,

 

Griet

Reactie op de blog van Lore: Pommelien

Dag Lore,

 

Ik kan me helemaal vinden in dit blogbericht. Ook ik was zwaar onder de indruk na dit optreden.

 

Mijn dochters waren al langer fan van Pommelien en – toegegeven – zonder lichte druk van hen was ik niet eens naar dit concert gegaan. Maar wát ben ik blij dat ik dat toch gedaan heb!

 

Wauw! Dat is eigenlijk het woord dat mijn gevoel het beste vat. Want als je het niet gezien hebt en als je er niet bij was, dan valt het moeilijk te vatten hoe goéd dit eigenlijk was.

 

Dat iemand op haar leeftijd zoiets kan neerzetten zonder aan eigenheid in te boeten: er zijn er weinigen die haar dat nadoen. Erin slagen om een hele AFAS Dome liedjesteksten te laten meezingen die én best complex én bij momenten sociaal geëngageerd zijn: faut le faire! De projecties, de video's, de dans... dat is geen plat entertainment meer. Voor mij mag je dat gerust kunst noemen. Van internationaal niveau zelfs.

 

Die dochters van mij moeten mij niet langer overtuigen om nog naar een concert van Pommelien te gaan: de kaartjes voor Werchter Boutique zijn al gekocht.

 

Nu al die teksten nog even uit het hoofd leren, zodat ik ook uit volle borst kan meezingen.

 

Groetjes van een kersverse Pommelienfan,

 

Griet

WES 3

Reactie op de blog van Liske: WES 3: Vaktijdschrift

Dag Liske,

 

Een sterke tekst over een onderwerp dat me - vanuit mijn achtergrond als psychologe - heel nauw aan het hart ligt. We zijn met zijn allen inderdaad snel om met labeltjes te gooien. Het rolt er zo uit, zonder erbij stil te staan wat dat écht betekent voor iemand die er elke dag mee leeft.

Zoals je zegt: het is niet zwart-wit. Psychotaal kan tegelijk afvlakken én openbreken. Want hoe meer we erover praten, hoe minder het taboe wordt – zolang we het met respect blijven doen.

En ook met de nodige voorzichtigheid. Zeker in een schoolcontext, want woorden blijven soms langer hangen dan je denkt of wilt. Een achteloze opmerking kan al snel een etiket worden. Dat besef is essentieel. Daar hebben we als leerkracht echt een verantwoordelijkheid.

En dát besef en die verantwoordelijkheid heb je met jouw artikel - bij mij alvast - weer even aangescherpt. Sterk werk!

 

Beste groeten,

Griet

Reactie op de blog van Nele: 'Pompeii: The Immersive Exhibition'

Dag Nele,

Bedankt voor de tip! Lijkt me heel fijn om ook eens met mijn kroost te doen. Geschiedenis gekoppeld aan wat entertainment, dat verteert altijd iets gemakkelijker én blijft vaker langer hangen.

En als het een troost mag wezen: dat Atomium zie ik ook altijd als laatste!

Reactie op de blog van Nele: 'Toch maar weer pen en papier dan?'

Dag Nele,

Fijn om te lezen dat ook jij hierin interesse hebt. Ik schreef in het kader van mijn blog voor WES 1 ook over dit thema. Ik geloof nog altijd sterk in het schrijven met de hand. Er bestaat wel degelijk zoiets als het 'schrijfgeheugen', alsof je woorden echt 'in de hand' hebt. Bovendien is er evidentie dat je door met de hand notities te maken tijdens de les, gemakkelijker verbanden en patronen zal zien in de leerstof en deze dus al tijdens het noteren verwerkt. Betekent dit dat we computers dan maar moeten bannen uit het klaslokaal? Absoluut niet. Ik ben ervan overtuigd dat leerlingen verschillende schrijfmiddelen moeten leren gebruiken. Elk medium maakt je tot een andere schrijver. Beperken tot één schrijfvorm zou een verarming betekenen en leerlingen cruciale cognitieve functies ontnemen. Nog weinig leerlingen schrijven met de hand, maar pen en papier verdienen nog altijd hun plek. Dus ik wil mijn leerlingen toch blijven aanmoedigen om te blijven schrijven. Met pen en op papier. Want soms doet een handgeschreven letter meer dan duizend toetsaanslagen.

 

Met getypte groet,

Griet

WES 1

Reactie op de blog van Goele: "'Het is gebeurd': Haalt Algemeen Nederlands de finale?"


Dag Goele,

Een erg interessant onderwerp snijd je hier aan. Ik kom ook uit een gezin dat het spreken van het Algemeen Nederlands hoog in het vaandel droeg. Ik ben vandaag ook nog altijd blij dat mijn ouders hier erg veel belang aan hechtten.

Ik steek echter niet onder stoelen of banken dat ik een echte fan ben van dialecten. Ze geven kleur aan een taal, verrijken haar zelfs. Ik zal -wanneer het kan- mijn Mols dialect of mijn Kempische tongval zeker niet verstoppen. Integendeel zelfs, ik ben trots op die roots.

Toch getuigt het van respect - of noem voor mijn part beleefdheid - om je aan te kunnen passen aan je gesprekspartner. Wanneer je in contact komt met anderstaligen of in situaties terecht komt waar er een eerder formeel taalgebruik wordt verwacht, dan is het op zijn minst handig dat je je wel weet uit te drukken in het AN of op zijn minst een tussentaal. Want uiteindelijk is je goed verstaanbaar maken toch waar taal om draait.

Om het even met beeldspraak te zeggen: het AN is een one size fits all blazer: iets sjieker misschien, zo'n kledingstuk dat iedereen wel past. Maar het dialect is toch mijn iets te vaak gedragen lievelingstrui: iets minder proper en ik kan ze niet op elke gelegenheid dragen, maar verdorie: wat zit die mij toch goed!

Zowel die blazer als die lievelingstrui hebben en verdienen hun plaats in mijn kast.

 

Beste groet,

Griet

Reactie op de blog van Liske: Mediaknipsel

Dag Liske,

 

Wat een interessant onderwerp!

 

Het valt me op dat jongeren steeds meer hun 'eigen taal' zijn gaan gebruiken, vaak doorspekt met afkortingen en best zo kort en bondig mogelijk. Zo merk ik bij mijn eigen kinderen dat ze mijn berichten beantwoorden met 'k' wat dan moet staan voor 'OK' of 'oké'. Niet omdat ze niet weten hoe ze dit moeten schrijven, nee, enkel en alleen omdat alles snel moet gaan in hun wereld. Taal lijkt een middel geworden om zo snel mogelijk een boodschap uit te drukken, waar het enkel nog belangrijk lijkt dat ze elkaar verstaan. Of de zin dan grammaticaal correct is of de spellingregels werden nageleefd, lijkt daaraan ondergeschikt. Ik denk dat het dus deels te wijten is aan de complexere wereld waarin onze jongeren opgroeien.

Maar ik geef je ook gelijk dat dit niet de enige verklaring is. Taalontwikkeling start van jongsaf aan. Ik stel echter vast dat er minder en minder voorgelezen wordt. Dat verhaaltje voor het slapen gaan sneuvelt steeds vaker in de drukke avondspits van ouders. Daarnaast worden er ook minder boeken gekocht en gelezen. De boekenkast waar ik als kind thuis uit te kiezen had, die hebben de meeste kinderen niet meer. Of wanneer het aankomt op spreken: de tijd die mijn ouders (of toch minstens één van beide) hadden om aan de tafel 's avonds te luisteren naar mijn verhalen, die heb ik zelf ook soms niet meer. Nog snel even dat ene mailtje sturen op de smartphone, weet je wel?

Het creëren van een taalrijke omgeving, dat doen we inderdaad allemaal samen. Het is een gedeelde verantwoordelijk van ouders, leerkrachten, de samenleving en toch ook een heel klein beetje van onze eigen jongeren.

In die zin was je blogbericht een een eye opener voor mij. Als leerkracht én als ouder aandacht besteden aan taal, het is iets dat me nauw aan het hart ligt.

Nu we toch bijna aan het eind van het jaar gekomen zijn en het weer bijna tijd is voor die goede voornemens: tijd om hier wat meer de focus op te leggen. Ik zal al beginnen met dat jeugdboek onder de kerstboom, is dat OK?

Groetjes,

Griet

Reactie op de blog van Emma: Lachen met een taalbril op

 

Dag Emma,

 

Dat klinkt als een superfijne avond!

Niets dat zoveel deugd kan doen en verbindend kan zijn dan samen lachen. Ik onthoud uit jouw tekst ook hoe het gebruik van herkenbare situaties mensen kan meenemen in een verhaal.

Humor én werkelijkheidsnabijheid, het zijn twee elementen die ik ook zeker wil meenemen in mijn eigen klaspraktijk. En dan maar hopen dat ik mijn leerlingen niet alleen kan laten lachen, maar ook kan inspireren!

 

Met humoristische groet,

Griet

​​

bottom of page