Cultuurevenement 3: Jong landschap
- grietsannen2
- 1 dag geleden
- 3 minuten om te lezen

‘Life is what happens when you’re busy making other plans’, zo wordt wel eens gezegd. Een stevige wandeling op vrijdagnamiddag, dat was het idee. Stapschoenen aan, dikke jas aan: klaar voor een frisse portie buitenlucht. Maar een stevige regenbui gooide roet in mijn sportieve plannen. En dus werd het dat ‘andere plan’, en zo belandde ik op een druilerige vrijdag in februari in het Jacob Smitsmuseum.
‘Het Jacob Smitsmuseum?’ hoor ik je denken. De naam Jacob Smits doet wellicht geen grote bellen rinkelen, maar elke doorwinterde Mollenaar kent deze – van oorsprong Nederlandse – kunstenaar, die een groot deel van zijn leven in Mol woonde en werkte en er 95 jaar geleden ook overleed. Smits was een leeftijdsgenoot van Ensor. In hun tijd werden ze vaak in één adem genoemd, maar Smits had niet de commerciële flair van de Oostendenaar. En dus raakte zijn werk wat ondergesneeuwd.
Dat neemt niet weg dat we in Mol trots zijn op de man. Zo trots zelfs dat hij zijn eigen museum kreeg, op een steenworp van mijn huis. Een museum waar ik – tot mijn grote scha en schande – al jaren niet meer geweest was. Tijd om daar verandering in te brengen, moet het lot gedacht hebben, toen het de hemelsluizen stevig openzette.
Het museum werd recent grondig vernieuwd en oogt bij binnenkomst fris en uitnodigend. In wisselende tentoonstellingen maak je er kennis met zowel jonge, beloftevolle kunstenaars als met gevestigde waarden en tijdgenoten van Jacob Smits.
Momenteel loopt de tijdelijke expo ‘Jong Landschap’, waarin niemand minder dan -boem, paukeslag! - Paul van Ostaijen je door de tentoonstelling gidst. Van Ostaijen, destijds een piepjonge kunstcriticus, leerde in 1914 tijdens een tentoonstelling in Antwerpen het werk van Smits kennen. Hij was fan van het eerste uur, zo erg zelfs dat hij Smits in zijn recensie ‘de sterkste, zoo niet de eenige Vlaamsche klassieker’ noemde. Deze mix van kunst en literatuur – zeker binnen een opdracht voor Nederlands – gaf het museumbezoek een extra dimensie. Ook het ontdekken van Van Ostaijen als kunstcriticus, voor mij tot dan vooral de dichter van ‘Melopee’, maakte deze expo des te verrassender.
Tijdens dit bezoek leerde ik Jacob Smits ook op een andere manier kennen. Smits is veel meer dan alleen de traditionele landschappen waarmee hij furore maakte. Voor hem was een molen, een hoeve of een boom genoeg om de essentie van de Kempen op te roepen. Het liet me anders kijken naar het landschap waarin ik al mijn hele leven rondloop en dat ik altijd zo vanzelfsprekend vond. Daarnaast ontdekte ik dat hij ook religieuze werken en prachtige portretten maakte.
En de verrassingen bleven maar komen. De link met het modernisme, zichtbaar via werken van Oscar Jespers en Jules Schmalzigaug, gaf me een frisse, nieuwe kijk op het werk van deze Molse kunstenaar. Daarnaast voegde de fascinerende dialoog tussen de ietwat rebelse traditionalist Smits en de ideeën over moderne kunst van Van Ostaijen, die her en der tussen de kunstwerken opduiken, een flinke portie ‘punch’ toe aan de expo.
En als dit nog niet genoeg redenen zijn om naar Mol te reppen: het ultieme argument hield ik nog achter de hand. De audiogids, ingesproken door Mollenaar Guy Mortier, is echt de kers op de Jacob Smitstaart. Op zijn ‘Mortieriaanse’, humoristische manier vertelt hij over Smits’ leven: zijn vrouwen, zijn rebelse karakter, zijn omzwervingen en zijn sociaal engagement. De vele grappige anekdotes lieten me meermaals smakelijk hardop lachen – en dat gewoon in een museum! Ik voelde me bijna even rebels als Smits zelf. Gelukkig kan dat hier ook gewoon.
Is dit museum ook aantrekkelijk voor kinderen? Absoluut. Voor lagere schoolkinderen ontwikkelt het museumteam bij elke nieuwe expo een uitdagend spel. Maar ook voor middelbare scholieren zijn er tal van mogelijkheden. Bij deze tentoonstelling krijgt elke bezoeker bijvoorbeeld een kaartenset van enkele sleutelwerken, met op de achterkant vragen die je aan het denken zetten. Zo kun je er ook met je klas actief mee aan de slag. Het museum daagt jong en oud uit om over kunst te reflecteren en te discussiëren en stelt alles in het werk om dat ook concreet te maken. Iets dat ik als leerkracht in spe alleen maar toejuich.
Op hun site omschrijft het museum zichzelf als ‘gedreven, koppig, geëngageerd en tegendraads’. Een beetje zoals de Kempenaar zelf dus. Ik voelde me er dan ook als een vis in het water. Het moet niet altijd het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen te zijn. Op een druilerige vrijdagmiddag genoot ik minstens evenveel van deze kleine, verborgen parel, heel dichtbij huis.
Dus, lief leven: mocht je nog eens ideeën hebben terwijl ik andere plannen maak, graag meer van deze dan!
Met kunstzinnige en trotse Molse groet
,
Griet




















Opmerkingen