top of page

WES 4 | Artikel: 'De mythe van de onvermoeibare superheld: een leraar is geen gespecialiseerde therapeut'

  • grietsannen2
  • 4 mei
  • 4 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 14 jun



Beste collega uit het onderwijsveld,


Leerkracht zijn wordt vaak een ‘roeping’ genoemd. Bij mij kwam die misschien wat later, maar het enthousiasme was er niet minder om. Afgelopen september vloog ik erin: vol goede moed, goesting en een hoofd vol plannen. En laat me duidelijk zijn: voor de klas staan is fantastisch. Toch zijn er momenten waarop de twijfel toeslaat. Hoe houd ik al die ballen in de lucht zonder zelf onderuit te gaan?


Het artikel van lerarenopleider Pieter Demeyer in Knack voelde in dat opzicht als het broodnodige hart onder de riem. Confronterend ook wel, omdat een groot deel van de situaties die hij aanhaalt – nu al – pijnlijk herkenbare valkuilen blijken te zijn. Want er komt erg veel af op beginnende leerkrachten, dat merk ik zelfs al tijdens mijn opleiding. Tegelijk bekroop me bij het lezen ook een andere gedachte: als zóveel van deze valkuilen herkenbaar zijn, ligt het probleem dan enkel bij de starter, of ook bij het onderwijssysteem?


Die confrontatie startte al in de eerste paragrafen. Want daar zat ik dan, in het holst van de nacht, terwijl ik las: ‘Een eerste en onmisbare bron is je lichaam. Zeker in de eerste maanden en jaren in het onderwijs is het vinden van een goed evenwicht tussen werk en slaap niet vanzelfsprekend.’ In die zin lijkt het alsof we in deze opleiding al voorbereid worden op de slaapdeprivatie die ons nog te wachten staat. Dat dit bijna als een evidentie wordt voorgesteld, verontrust me.


Want je wil alles zo goed doen als stagiair of als beginnend leraar: lesvoorbereidingen groeien uit tot kleine boeken, PowerPoints moeten tot op de millimeter kloppen, elk werkblad wordt zorgvuldig uitgewerkt. Dus je werkt door, tot diep in de nacht. Om de volgende morgen met heel kleine ogen die stageles te geven. Demeyer stelt dat 80% genoeg is. Toch vraag ik me af of je je die 'luxe' als starter - wanneer je je nog moet bewijzen - wel kunt permitteren. Tegelijk besef ik dat leerlingen meer hebben aan een energieke leraar dan aan een grafisch perfect werkblad.


Want die energie, die heb je nodig. Ze is cruciaal om te kunnen investeren in het opbouwen van een goede relatie met je leerlingen. Iets waarvan ik het belang al onderschreef in mijn vorige blog. Leerlingen zullen je ‘testen’ als nieuwkomer. Daarvoor zijn het nu eenmaal tieners. Maar zonder die klik komt er van leren niets in huis. De warme en betrokken leerkracht zijn die tegelijk hoge eisen stelt, dat kan perfect samengaan. Sterker nog, door die lat hoog te leggen geef je impliciet mee dat je gelooft in hun kunnen. De toffe én de strenge: je kunt ze allebei zijn. Alleen blijft dat evenwicht voor een starter vaak zoeken.


Er komt als beginnend leraar enorm veel op je af. Zoveel dat het je soms wakker houdt. Maar veel van die stress tijdens de les valt te voorkomen door een duidelijke structuur, vaste routines en een doordacht klasmanagement. Want wie kent het niet? Er valt even een dood moment en voor je het weet managet de klas jou in plaats van dat jij je klas managet. Om daarna kostbare minuten te verliezen voor je de trein weer op het spoor krijgt. In een klas waarin iedereen weet wat er verwacht wordt, gaat minder tijd verloren, moeten er minder brandjes geblust worden en heb je dus meer tijd om écht les te geven. Want je wil toch bovenal de leerkracht zijn die inspireert, niet de politieagent die ingrijpt of bestraft.


Is dat niet waarom we zo graag les willen geven? Jongeren begeesteren. Het verschil maken. Daarvoor wil je ver gaan. Te ver soms. De verhalen van sommige leerlingen kruipen onder je vel. Aanvaarden dat je er alleen kan zijn, maar niet alles kan oplossen, vind ik soms zwaar. Jezelf toelaten dat emotionele knopje om te zetten zodra je naar huis rijdt: dat is niet gemakkelijk, maar soms pure zelfbescherming. Want je bent leerkracht, geen therapeut.


En leerkracht, dat word je - meestal - niet omdat je zo houdt van administratie. Ik toch niet. En toch is het een onlosmakelijk deel geworden van onze job. Planners, nota’s, mails... het dreigt je soms te verstikken. Prioriteiten stellen, af en toe even ‘nee’ durven zeggen en je niet schuldig voelen om eens niet meteen te antwoorden op die mail: het blijft een evenwichtsoefening. Zeker in een context waar engagement vaak impliciet gelijkgesteld wordt aan altijd beschikbaar zijn.


Ik hoor het Demeyer dus allemaal graag zeggen, maar ik stel me tegelijk ook wel wat vragen. Hij focust in zijn opiniestuk heel sterk op individuele acties en de mindset van de starter. Zijn tips zijn waardevol, maar leggen ook veel verantwoordelijkheid bij de startende leerkracht. Ligt het probleem niet op een hoger niveau? Is er niet iets fundamenteel mis als we het evident vinden dat nieuwkomers - letterlijk - de slaap laten omdat de druk vanuit het systeem zo hoog ligt? Waarom loopt de batterij bij zoveel jonge leerkrachten zo snel leeg? Moet er geen sterkere begeleiding komen die hen beter wapent tegen alles wat op hen afkomt?


Wat mij helpt? Collega’s. Collega’s die graag materiaal met je delen, die je met raad en daad bijstaan, maar bij wie je ook terecht kan om af en toe stoom af te laten. Bij een tas koffie. En altijd wel een restje verjaardagstaart. Want ook al sta je alleen voor de klas, onderwijs is en blijft een teamsport.


Wat ik wel meeneem uit dit artikel? Deze 'handleiding' van Demeyer herinnert me eraan dat mijn enthousiasme een kostbaar goed is dat ik moet bewaken. En dat je een betere leraar bent als je ook nog een leuk mens bent buiten de schoolmuren.


Dus, in plaats van nog een uur te schaven aan deze tekst en daarna nog eens te kijken naar die lesvoorbereiding, zet ik nu mijn computer uit.

Want morgen wacht er weer een nieuwe dag in het mooiste beroep ter wereld. Met sloten koffie ongetwijfeld. Maar ook met het gevoel ertoe te doen. Alleen moet ik nog van die taart zien af te blijven.


Groeten van aan de koffiemachine,


Griet


1 opmerking


liskevanloo
31 mei

Dag Griet,


Wat een herkenbare en sterke reflectie, alweer vlot en scherp geschreven. Vooral je zin dat je een betere leerkracht bent als je ook nog een leuk mens bent buiten de schoolmuren, raakte me. Dat is iets waar ik, zoals je weet, zelf ook hard mee worstel: alle ballen in de lucht houden zonder jezelf onderweg kwijt te raken. Je beschrijft heel treffend de spanning tussen enthousiasme, engagement en zelfzorg, zonder het mooie van ons beroep uit het oog te verliezen. Ik bewaar het artikel alvast voor volgend jaar.


Groeten,

Liske

Like
bottom of page