top of page

WES 4 | Artikel: 'Onderwijstijd win je niet alleen in de klas'

grietsannen2
3 mei
3 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 14 jun



Beste onderwijscollega,


We kennen het allemaal: de bel gaat na de les. Je rept je van de ene kant van de campus naar de andere. Leerlingen komen vijf minuten te laat binnen omdat ze precies hetzelfde moesten doen, terwijl jij nog zoekt naar je materiaal en die PowerPoint nog moet opstarten.


Een recent artikel uit De Standaard legt daar de vinger op de wonde. Uit de Teaching and Learning International Survey (TALIS), waarnaar in het artikel verwezen wordt, blijkt dat leerkrachten tot een vijfde van hun lestijd verliezen aan het handhaven van de orde. Maar wat die cijfers niet registreren, is dat er buiten de klasmuren minstens zoveel kostbare tijd verloren gaat.


Ondertussen focussen nieuwe onderwijsplannen vooral op het pedagogisch klimaat tussen leerlingen en leerkrachten. Dat is zonder twijfel essentieel. Maar tegelijk blijft er te weinig aandacht voor de praktische organisatie die bepaalt hoeveel lestijd er effectief overblijft. We worden om de oren geslagen met nieuwe richtlijnen en actieplannen van de minister van Onderwijs, die sterk inzetten op de pedagogische relatie tussen leerkrachten en leerlingen. Op zich logisch. Duidelijke verwachtingen, consequente opvolging en een stevige klasstructuur hebben hun waarde bewezen. Niemand die dat betwist.


Sterker nog: ook de beste leerkracht heeft nood aan een duidelijk kader om kwaliteitsvol les te kunnen geven. Maar zelfs de sterkste klasmanager kan geen tijd winnen die verloren gaat nog vóór de les goed en wel begonnen is. Bestaat er geen andere manier om onderwijstijd te winnen?


Het lijkt alsof het beleid suggereert dat de sleutel tot meer onderwijstijd vooral in het handelen van de leraar ligt. Alsof tijdverlies vooral ontstaat omdat iemand het pedagogisch niet goed aanpakt.


In werkelijkheid verdampt een groot deel van die tijd simpelweg. Niet door gebrekkig klasmanagement, maar door verplaatsingen, wachttijd, onlogische roosters en eindeloze kleine onderbrekingen.


En het stapelt zich op. Tien minuten hier, vijf minuten daar. Voor je het weet, ben je op weekbasis uren kwijt. Uren waarin er geen ordeproblemen waren en geen conflicten opgelost moesten worden. Uren die simpelweg verloren gingen aan een manke organisatie.


We benaderen onderwijs te vaak als een louter pedagogisch vraagstuk, terwijl het evenzeer een organisatorisch vraagstuk is. Een schooldag is geen aaneenschakeling van lessen, maar ook een logistieke oefening. En net daar wringt het schoentje.


Scholen moeten zo ingericht zijn dat leerkrachten het beste van zichzelf kunnen geven. Maar het aantal leerlingen in het secundair onderwijs is de voorbije jaren toegenomen, scholen zijn groter geworden en roosters complexer. Die groei botst vaak op een infrastructuur die niet is meegeëvolueerd. Het gevolg? Zowel leraren als leerlingen zijn elke dag opnieuw op weg van het ene lokaal naar het andere.


Kortom: onderwijstijd wordt door meer bepaald dan alleen door wat er binnen de vier muren van een klas gebeurt.


De onderwijskoepels en de minister hebben de mond vol over differentiatie. Maar misschien moeten ze erkennen dat er evenveel verschillen bestaan tussen scholen onderling als tussen leerlingen. Eén standaardactieplan uitrollen voor alle scholen gaat voorbij aan die realiteit.


Geen enkele minister weet hoe lang het duurt om van lokaal N002 naar de sporthal te geraken. Geen enkel beleidsplan ziet waar het elke dinsdagnamiddag vastloopt. Geen enkele externe richtlijn voelt aan waar wij dagelijks kostbare minuten verliezen. Dat is geen kritiek, dat is de realiteit.


Wie echt onderwijstijd wil winnen, moet dus ergens anders beginnen. Niet bij een nieuw plan of een nieuwe werkgroep, maar bij de vraag die elke school zichzelf moet stellen: waar verliezen wij tijd?


Loop de routes. Meet hoeveel tijd er verloren gaat met lokaalwissels. Analyseer het rooster. Praat als directie met leraren én leerlingen. Niet in een werkgroep die drie keer samenkomt en een nota schrijft, maar op de vloer, in de praktijk. Trek conclusies en wees bereid om daar ook naar te handelen. Misschien zit een rooster al jaren inefficiënt in elkaar. Misschien bestaan bepaalde gewoontes vooral omdat 'we het altijd zo gedaan hebben'.


Wat kan morgen anders? Welke verplaatsing kan weg? Welke routine kan strakker?


Dat hoeft niet spectaculair te zijn. Het zit vaak in kleine dingen: minder verplaatsingen, vlottere overgangen. Dingen die je bij wijze van spreken morgen al kunt veranderen, zonder een beleidsnota die de planlast enkel verhoogt.


‘De tijd gaat snel, gebruik hem wel’, zei mijn grootmoeder. Elke minuut die we niet onnodig verliezen, is een minuut die we kunnen investeren in onze leerlingen. In echte lestijd. In dat pedagogisch klimaat waar vandaag zo sterk de focus op ligt.


Want misschien begint beter onderwijs niet altijd met een nieuw actieplan, maar gewoon met een les die op tijd kan beginnen. Misschien moeten we minder nadenken over hoe we méér uit onze lestijd halen, en meer over waarom we er zoveel van verliezen.


Waarop wachten we nog ?


Met ongeduldige groet,

Griet


Opmerkingen


bottom of page