WES 4 | Vaktijdschrift: 'Sterke band met je leerlingen: goed voor de leerprestaties (en meer)'
Bijgewerkt op: 31 mei

Beste collega uit het onderwijsveld,
‘Ik ben hier om les te geven, niet om vriendjes te worden.’ ‘We hebben geen tijd voor gezelligheid, we moeten zorgen dat leerlingen de leerstof beheersen.’
Het zijn uitspraken die ik wel eens vaker hoor in de leraarskamer, meestal tussen twee lauwe slokken koffie door. In het artikel uit Klasse (6 januari 2026) weerleggen lerarenopleiders Claudia Lento en Kristel Stinckens (PXL) vijf van deze hardnekkige oneliners. Als toekomstige leerkracht die sterk wil inzetten op verbinding met leerlingen, las ik dit stuk met grote belangstelling.
Het verbaast me niet dat onderzoek uitwijst dat een goede relatie met de leerkracht de motivatie van leerlingen verhoogt. Laten we eerlijk zijn: wie herinner jij je nog uit je eigen schooltijd? De leerkracht die de stelling van Pythagoras perfect kon uitleggen, maar geen aandacht had voor jou als persoon? Of de leraar die zag dat je niet je beste dag had en je even een knipoog gaf in de les?
‘Ga ik dan nog wel iets te zeggen hebben?’ is een terechte vrees die bij veel leerkrachten leeft. Verbinding is echter geen hindernis voor je autoriteit, maar juist de fundering ervan. Het is een hardnekkig misverstand dat je als leerkracht moet kiezen wie je wil zijn: de strenge autoriteit of de populaire allemansvriend.
Verbinden is niet hetzelfde als ‘beste vriendjes’ worden met je leerlingen en evenmin alles door de vingers zien. Een band opbouwen gebeurt altijd binnen duidelijke, veilige grenzen. Effectief lesgeven is het vinden van een balans tussen nabijheid en structuur. Claudia Lento omschrijft dit treffend in het artikel: ‘Zonder muren geen deuren.’ Je hebt die veilige en duidelijke grenzen – de muren – nodig, maar als je de deur niet open doet om bij je leerlingen binnen te kijken, blijven ze mentaal buiten staan.
‘En waar halen we die tijd vandaan?’ hoor ik je denken. Verbinding maken hoeft geen uren te kosten. Het zijn vaak de dagelijkse micro-interventies die het verschil maken. Kleine tekens waaruit leerlingen kunnen opmaken dat je hen belangrijk vindt en dat je hen écht ziet: die kleine knipoog, het bij de voornaam noemen van leerlingen, de oprechte ‘goeiemorgen’ wanneer je hen tegenkomt op de speelplaats. Voor een tiener is dit het cruciale verschil tussen ‘een nummer zijn’ en ‘erbij horen’. Aandacht besteden aan deze band is geen tijdverlies, maar tijdswinst: een leerling die zich gezien voelt, is gemotiveerder en vertoont minder probleemgedrag.
Laten we daarbij niet naïef zijn: investeren in verbinding is geen 'walk in the park'. Er zullen dagen zijn dat je oprechte 'goeiemorgen' wordt beantwoord met een diepe zucht of rollende ogen. Soms bots je op een muur van onverschilligheid die doodvermoeiend kan zijn. Verbinding maken is een werk van lange adem en vraagt om een professionele nabijheid die ook van de leerkracht veel energie vergt. Het is verleidelijk om op zulke momenten terug te vallen op de rol van de afstandelijke autoriteit, puur uit zelfbescherming.
Toch is het cruciaal om te streven naar verbinding, zeker met leerlingen waarbij het wat stroever loopt. Net daar valt vaak de grootste pedagogische winst te halen. Dat vraagt geduld, professionele reflectie en soms ook de moed om voorbij het gedrag te kijken op momenten dat je eigen emmer bijna overloopt.
Maar wanneer je die leerling op de laatste bank niet langer ziet als een ‘stoorzender’, maar als de jongere die met zijn scherpe humor eigenlijk alleen erkenning zoekt, kan je daar pedagogisch op inspelen en als leerkracht écht een beschermende factor zijn. Zeker bij kwetsbare leerlingen, die nood hebben aan volwassenen die voorspelbaar reageren, vertrouwen geven en emotioneel beschikbaar zijn. Zodra je hun gedrag ziet als een signaal in plaats van alleen als een probleem, transformeer je de dynamiek in je klas.
Of denk bijvoorbeeld aan die leerling die stil de klas binnenkomt, zijn jas aanhoudt en zonder iets te zeggen achteraan gaat zitten. In plaats van dit gedrag te negeren, maak je kort oogcontact en zeg je aan het begin van de les: ‘Goeiemorgen, fijn dat je er bent.’ Het zijn die kleine interventies die leerlingen het gevoel geven écht gezien te worden, zonder grote gesprekken of druk.
En die kleine brandjes in de klas? Die blus je sneller als je een goede band hebt met je leerlingen.
Investeren in verbinding kan bovendien een krachtige vorm van burn-outpreventie zijn. Niets geeft me meer voldoening dan een fijn contact met mijn leerlingen. Het verhoogt niet alleen hun motivatie, maar voedt ook mijn eigen passie voor het vak.
Ik ben er inderdaad niet om de beste vriend van mijn leerlingen te zijn. Ik ben er om hun leerkracht te zijn. Maar wel een leerkracht die ze vertrouwen. Een leerkracht die er écht toe doet. Leerlingen zullen niet elke les onthouden, maar vergeten nooit de leraar bij wie ze zich gezien voelen. Wil je de leerkracht zijn die vooral leerstof wil afwerken, of wil je écht het verschil maken? Misschien is dat iets om bij de volgende koffiepauze even bij stil te staan.
Met verbindende groet,
Griet
Link naar het artikel: Sterke band met leerlingen: goed voor leerprestaties (en meer) – Klasse



Opmerkingen