top of page

WES 4 | Cultuur: 'Orde van de dag'

grietsannen2
12 mei
4 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 14 jun



Beste fans van maatschappelijk geëngageerd theater,


‘Schop de mensen tot ze een geweten krijgen’. Die woorden van Louis Paul Boon flitsen door mijn hoofd als ik de zaal verlaat na het zien van Orde van de dag. Het is precies wat deze voorstelling doet: tegen de schenen schoppen en je laten nadenken over de dunne lijn tussen goed en kwaad en de verpletterende last van de individuele verantwoordelijkheid.


Wat dit stuk zo confronterend maakt, is dat het toont hoe grote historische rampen zelden uit de lucht komen vallen. Ze ontstaan niet door één allesbepalend moment, maar door een opeenstapeling van kleine beslissingen, gemiste kansen en mensen die ervoor kiezen weg te kijken. Met ironie en een bijna laconieke lichtheid gidst regisseur Stijn Devillé (Het Nieuwstedelijk) het publiek doot de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. De voorstelling toont dat er geen sprake was van een heroïsche Blitzkrieg, maar wel van een opeenstapeling van blunders, geklungel en politieke bluf.


Voor die reconstructie baseerde Devillé zich op L’ordre du jour van de Franse schrijver Eric Vuillard, het boek dat in 2017 werd bekroond met de prestigieuze Prix Goncourt. In dit récit ontrafelt Vuillard de schijnbaar toevallige ontmoetingen, gesprekjes, telefoontjes en etentjes die uiteindelijk mee de weg effenden voor de Anschluss en de Tweede Wereldoorlog. Devillé borduurt verder op dit taalkundig kantwerkje en laat zien hoe het kwaad zich vaak aankondigt in een vorm die verrassend banaal oogt.


Orde van de dag vertelt het verhaal van een democratisch verkozen leider die stap voor stap meer macht naar zich toetrekt. Gesteund door loyale vertrouwelingen en geflankeerd door een privémilitie houdt hij ‘grote kuis’ in eigen land. Bedrijfsleiders van onder meer Bayer, Opel, Krupp, BMW en Siemens zien economisch profijt en sluiten zich maar al te graag aan bij zijn entourage. De parallellen met vandaag zijn soms ongemakkelijk herkenbaar - geschiedenis blijkt zelden écht verleden tijd. Meer dan eens betrapte ik mezelf erop dat ik tijdens de voorstelling niet aan het verleden, maar aan het heden dacht.


Op de bühne, vormgegeven als een ijspiste, begeven de hoofdpersonages zich letterlijk op glad ijs. Sara Vertongen vertolkt Hitler op magistrale wijze, bijna in Chaplin-stijl, met een snorretje dat niet altijd even goed blijft plakken. Met subtiele mimiek en een haast clowneske présence toont ze tegelijk de absurditeit en het gevaar van zijn figuur. Ook Kris Cuppens, Michaël Pas, Tom Van Bauwel, Simone Milsdochter en de rest van de cast zetten de personages neer met een trefzekere balans tussen ernst en ironie.


De muziek van Maï Ogawa speelt een belangrijke rol in de voorstelling. Klassieke composities van onder andere Franz Schubert versterken de onbevattelijke paradox van de nazicultuur: een regime dat zich omringde met schoonheid en kunst, maar tegelijk verantwoordelijk was voor onmenselijke gruwel. Net die tegenstelling maakt de voorstelling zo confronterend.


Hoewel het thema zwaar is, vervalt de voorstelling nooit volledig in somberheid. Net als het boek bevat ook deze theaterbewerking momenten van humor en lichtheid. Voor je ogen ontvouwt zich een vreselijk drama dat aanvankelijk aanvoelt als een fait divers: een reeks schijnbare trivialiteiten waarvan de ernst je pas aan het einde duidelijk wordt. Alsof je getuige bent van een ijzingwekkende reconstructie op de plaats delict. Juist daarin schuilt de kracht van de voorstelling: het kwaad kondigt zich niet altijd luid aan.


Wat vooral opvalt, is dat Hitler niet de onoverwinnelijke dictator uit de geschiedenisboeken was. Het wordt pijnlijk duidelijk dat hij én het onheil dat hij met zich meebracht, gestopt hadden kunnen worden. Net dat besef bleef bij mij nog lang nazinderen.


Tegelijk levert de voorstelling scherpe kritiek op de mensen die toelieten dat het nazisme kon groeien. In het spanningsveld tussen tragedie en satire zoeken de makers naar een taal die zowel recht doet aan het verleden als uitnodigt tot reflectie over het heden. En misschien zelfs over de rol die we willen spelen in ons eigen tijdsgewricht.


Door haar historische waarde en actuele relevantie is de thematiek bijzonder geschikt voor leerlingen uit het secundair onderwijs, maar wellicht vooral voor leerlingen uit de derde graad. Door de lengte van de voorstelling - ruim twee uur - en de complexiteit ervan is enige voorkennis wenselijk. Zonder historische bagage is het stuk soms moeilijk te volgen. Toch blijft het een waardevolle ervaring, zeker als we willen dat jongeren lessen trekken uit het verleden.


Want uiteindelijk gaat deze voorstelling niet alleen over Hitler of de Tweede Wereldoorlog. Ze gaat vooral over wat er gebeurt wanneer mensen wegkijken.


Alicja Gescinska vat dat treffend samen: ‘De haat van enkelen is de motor van het kwaad, maar het is de onverschilligheid van velen die de brandstof vormt waarop de motor draait.’ 


Orde van de dag herinnert ons eraan dat de grootste rampen in kleine stapjes komen. Dat we als samenleving niet mogen wegkijken op cruciale momenten. Want voor je het weet groeit onverschilligheid uit tot geschiedenis. Helaas herhaalt het verleden zich maar al te vaak. Misschien hebben we vandaag dan ook opnieuw die schop tegen dat geweten nodig.


Met waakzame groet,


Griet


P.S.: Wil je niet alleen iets lezen over dit stuk, maar het ook zien en horen? Geniet dan van een voorproevertje door de trailer van Orde van de dag hieronder te bekijken.


Meer lezen van Alicja Gescinska?

Bron: Gescinska, A. (2025). Vrouwen in duistere tijden: Tien denkers van blijvende betekenis. De Bezige Bij.





Opmerkingen


bottom of page