top of page

WES 3 | Artikel: 'Collective student efficacy - de kracht van de klasgroep?'

grietsannen2
26 mrt
4 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 15 apr



Dag bondgenoot,


‘Alleen ga je sneller, samen kom je verder.’ Deze leuze prijkt op de deur van onze leraarskamer. Mooi. Bijna Pinterestwaardig.


Toch ging er de voorbije jaren steeds meer aandacht naar de individuele ontwikkeling van leerlingen: gepersonaliseerd onderwijs, niveaugroepen, inspelen op interesses, onderwijs op maat… Het klinkt allemaal logisch en aantrekkelijk. Maar schuurt het soms ook niet? Doet die focus op het individu geen afbreuk aan een andere kerntaak van het onderwijs: socialisatie, het leren samenleven?


Omdat ik geloof in de kracht van het collectief én in het belang van onderwijs op maat, trok dit artikel uit Klasse over collective student efficacy (CSE) meteen mijn aandacht: een concept dat de brug probeert te slaan tussen individu en klasgroep.


De centrale vraag is eenvoudig: heeft de klasgroep invloed op de prestaties van individuele leerlingen? Kan een sterk geloof in het kunnen van de groep ook het individuele leren versterken?


Mijn buikgevoel zegt: ja. Je hebt klassen die ‘werken’. Waar iets in de lucht hangt. Waar leerlingen elkaar versterken, samen lachen en elkaar vooruit duwen. En je hebt klassen waar het wat stroever loopt. Waar energie wegvloeit en leerlingen elkaar – bewust of onbewust – afremmen.


Een positief klasklimaat is essentieel om tot leren te komen. Dat is niet nieuw. Maar collective student efficacy gaat nog een stap verder dan een ‘goede sfeer’. Het gaat om een gedeeld geloof: 'wij kunnen dit'. Dat geloof lijkt besmettelijk. Wie denkt: ‘wij kunnen dit’, is sneller geneigd te denken: ‘ik kan dit ook’.


Dat idee sluit aan bij het onderzoek van John Hattie naar collective teacher efficacy (CTE): het gedeelde geloof van een schoolteam in de eigen effectiviteit en de impact daarvan op leerprestaties. Volgens Hattie is dit zelfs één van de meest invloedrijke factoren. Het is dus aannemelijk dat een gelijkaardig mechanisme ook bij leerlingen speelt.


Onderzoek naar collective student efficacy staat nog in zijn kinderschoenen en harde conclusies ontbreken voorlopig. Toch maakt mijn leerkrachthart een sprongetje, omdat ik er rotsvast van overtuigd ben dat er weinig zo besmettelijk is als enthousiasme en het geloof in eigen kunnen.  


Tegelijk is er ook een belangrijke kanttekening. Als het geloof in de groep zo krachtig is, dan geldt dat ook voor de norm die binnen die groep ontstaat. Wat als ‘niet meedoen’ of ‘niet presteren’ de norm wordt? Dan werkt diezelfde groepskracht net tegen en wordt de klas geen hefboom, maar een rem.


Leren is nu eenmaal een sociaal proces. Dat beschreef Bandura al in de jaren zestig met zijn sociale leertheorie. We spiegelen ons voortdurend aan elkaar. Een leerling die het voortouw neemt, trekt anderen mee. Een leerling die struikelt en weer opstaat, normaliseert fouten. Een leerling die succes boekt, verschuift de norm. De klasgroep staat dus niet aan de zijlijn, maar speelt actief mee.


Hoe zorgen we er dan voor dat een groep haar leden versterkt in plaats van afremt? Hoe stimuleren we dat gedeelde geloof in het eigen kunnen?


Volgens Bandura zijn er vier bouwstenen: een veilig klasklimaat, het opdoen van eigen succeservaringen, succes zien bij anderen en elkaar onderling aanmoedigen. Kort samengevat: ik durf - ik kan - jij kan - wij kunnen. Klinkt eenvoudig. Maar eenvoudig is – helaas – niet hetzelfde als gemakkelijk.


Dit is geen extraatje. Werken aan de groepsdynamiek is geen ‘gerommel in de marge’ naast het aanreiken van leerstof. Het is een voorwaarde om die leerstof te laten landen. Het belang van het collectief en dat van de individuele leerling zijn geen tegenpolen, maar bondgenoten in het leerproces.


Dat inzicht neem ik bewust mee naar mijn eigen klaspraktijk, in het eerste middelbaar en in de derde graad. Hoewel de context verschilt, zie ik gelijkaardige groepsdynamieken terugkeren.


In het eerste jaar wordt de basis gelegd. Leerlingen zoeken hun plek en tasten grenzen af. In een veilige groep durven ze zichzelf zijn, vragen stellen en fouten maken. Zonder die veiligheid blijft veel potentieel onder de radar.


In de derde graad verschuift de focus. Daar wil ik dat mijn leerlingen kritisch denken, analyseren, argumenteren en elkaar uitdagen. Maar ook daar blijft de groep bepalend. Kritisch denken ontstaat niet in isolement, maar in interactie. Het vraagt een klas waarin leerlingen het aandurven om van mening te verschillen, elkaar uit te dagen en tegelijk écht naar elkaar te blijven luisteren. Met andere woorden: een klas waarin de groep het beste in elk individu naar boven haalt.


De kern blijft dus dezelfde: bouwen aan een groep die gelooft in zichzelf. Dat vraagt niet alleen een lesinhoud op maat van mijn klasgroep, maar ook doelgericht denkwerk over de sociale architectuur van die klas.


Gelukkig hoeft dat niet groots of spectaculair te zijn. Het zit vaak in kleine, doordachte keuzes: werkvormen die samenwerking structureren, rollen die roteren, verwachtingen die expliciet zijn. Zo krijgt elke leerling de kans actief te participeren en verschillende posities binnen de groep in te nemen.


Daarnaast is het essentieel dat leerlingen succes ervaren - zowel individueel als collectief - en dat succes ook benoemd wordt. Een open feedbackcultuur, waarin leerlingen van en met elkaar leren, is dan ook cruciaal.   


Geef de 'gouden weken' de aandacht die ze verdienen: mis die start - letterlijk en figuurlijk - niet. Daar leg je het fundament waarop je de rest van het schooljaar verder bouwt.


En misschien het belangrijkste: besef hoe groot je impact is als leerkracht. Jij bent model en regisseur tegelijk. Leerlingen leren ook van jou: hoe je feedback geeft, hoe je zelf omgaat met kritiek, hoe jij samenwerkt met en spreekt over anderen. Wat jij toont, wordt de norm.


‘Alleen ga je sneller, samen kom je verder.’


Klinkt mooi op een deur, maar is nog mooier in een klas die het ook écht waarmaakt. Aan ons als leerkracht om het goede voorbeeld te geven.


Met geïnspireerde groet,

Griet


Opmerkingen


bottom of page